Voor haar tentoonstelling in de Serres van de Botanique heeft Juliette Vanwaterloo nieuwe werken gecreëerd, geïnspireerd op het Tapijt van de Apocalyps dat in het Franse Angers wordt bewaard. Ze biedt een interpretatie van dit verhaal, dat de strijd tussen Goed en Kwaad verbeeldt, in een uitgestrekte installatie die de ecologische, sociale, economische en politieke uitdagingen van onze hedendaagse samenlevingen weerspiegelt.
Door dit middeleeuwse wandtapijt te herinterpreteren, wil de kunstenaar vooral de oorspronkelijke betekenis van de Apocalyps verkennen, voorbij de catastrofale verhalen waarmee het begrip vaak wordt geassocieerd. Apocalyps, van het Griekse 'apokalypsis', betekent etymologisch immers een 'ontsluiering', een openbaring van wat verborgen is, en uiteindelijk een moment waarop de waarheid aan het licht komt: het licht is in de wereld gekomen, en de mensen hebben de duisternis meer liefgehad dan het licht¹. In diezelfde zin is de Apocalyps niet het einde van de wereld, maar het einde van een wereld, of van een cyclus².
Juliette Vanwaterloo liet zich inspireren door specifieke delen van het Tapijt van de Apocalyps; scènes en motieven die voor haar resoneren met de actualiteit. Ze hergebruikt bijvoorbeeld het motief van de olijfboom, dat in haar werk het symbool wordt voor de bevrijdingsstrijd van Palestina. De overvloed aan vormen en motieven in haar wandtapijten getuigt van een historisch moment dat volop geschreven wordt. De kunstenaar werpt ons zo de schadelijke gevolgen van de vervreemding door het kapitalistische systeem voor de voeten, door symbolen van de huidige chaos in haar beelden te injecteren (vervuiling, uitputting van hulpbronnen, de genocide in Gaza, moderne slavernij, politiegeweld, enz.).
De rijkdom van haar materiaalgebruik en haar omgang met kleur getuigen zowel van haar technische meesterschap als van haar vermogen om wandtapijten op een vernieuwende manier te benaderen. Ze eigent zich deze traditionele ambachtelijke kennis toe om haar eigen beeldtaal te creëren. In het verlengde daarvan ontwricht ze de geschiedenis van het borduren, dat van oudsher verbonden is met de opvoeding van vrouwen, wier gebogen ruggen tijdens het werk zowel het lichaam als de geest onderwierpen.
De beelden die Juliette Vanwaterloo met naald en draad tot leven wekt, bouwen voort op een eeuwenoude traditie die van oudsher fungeert als drager van verhalen en boodschappen. Door deze techniek nieuw leven in te blazen, ontwikkelt de kunstenaar een beeldtaal die volstrekt uniek is. Textiel ontpopt zich zo tot een krachtig instrument voor affirmatie, verzet en kracht.
Tekst door Nancy Casielles
OVER DE KUNSTENAAR
Juliette Vanwaterloo, geboren in 1998 in Angers, ontdekt textielmaterialen en -technieken aan de École des Beaux-Arts in haar geboortestad, waar ze van 2016 tot 2019 studeert. Ze bekwaamt zich daar in de tapijtkunst, borduren, haken, vilten en machinaal naaien. Al vroeg betrokken bij de feministische en dekoloniale strijd, kiest ze er resoluut voor om creatie en politiek engagement met elkaar te verbinden, waarbij ze van de materie een ruimte voor verzet en expressie maakt. Vervolgens zet ze haar opleiding voort aan de Académie Royale des Beaux-Arts in Brussel (2019–2021), waar ze een kritische praktijk ontwikkelt die deze mediums in de kern van een hedendaagse politieke en sociale reflectie plaatst.
Via borduren, tuften en andere textieltechnieken geeft ze een nieuwe, subversieve betekenis aan handelingen die historisch gezien geassocieerd worden met de huiselijke sfeer, om ze om te vormen tot instrumenten van herinnering en verzet. Haar werk is geworteld in een aandachtige observatie van de hedendaagse wereld, vertrekkend vanuit beelden uit de actualiteit, sociale media of de openbare ruimte, die ze transformeert via een traag en manueel proces. Deze temporaliteit van het maken, die breekt met de snelheid van de mediastromen, stelt haar in staat om scènes van strijd, geweld of opstand te onttrekken aan de vluchtigheid van het nieuws en ze duurzaam in de materie vast te leggen. De vezels, de zichtbare stiksels en de onregelmatigheden van het oppervlak dragen ten volle bij aan de betekenis van de werken, en onthullen tegelijkertijd de kwetsbaarheid van de draad en het vermogen ervan om een collectief verhaal te dragen. De praktijk van Juliette Vanwaterloo, die al werd tentoongesteld in Frankrijk en België, bevestigt textiel als een kritische taal, in staat om de sociale, ecologische en politieke breuklijnen van onze tijd zichtbaar te maken.
Tekst door Kyliana Hamour, geëngageerde kunsthandelaar